|
De Raad voor het Landelijk Gebied adviseert, gevraagd en ongevraagd, de regering en de beide Kamers van de Staten-Generaal op hoofdlijnen van beleid. De raad richt zich op strategische adviezen op de lange en middellange termijn en incidenteel op actuele zaken op korte termijn. Het werkterrein betreft het hele beleidsveld van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
De raad voor het Landelijk Gebied streeft ernaar om gedegen en compacte
adviezen uit te brengen over strategische vraagstukken voor de middellange
en lange termijn die aansluiten op de beleidsagenda. Onafhankelijke adviezen
die beleidsmakers perspectieven bieden en impuls geven aan maatschappelijke
discussies en publiek debat.
Positionering
De raad positioneert zichzelf als schakel tussen maatschappij en overheid en wil met zijn onafhankelijke adviezen beleidsmakers perspectieven bieden en impuls geven aan maatschappelijke discussies en publiek debat. Met de werkgroep ‘strategisch agenderen’ die de raad bij zijn aantreden heeft ingesteld, stelt de raad zich ten doel zijn jaarlijkse werkprogramma te voeden en agenda’s van andere partijen te beïnvloeden. Natuurlijke vormen voor de wederzijdse beïnvloeding zijn de debatten, gesprekken, expertmeetings en workshops die de raad organiseert gedurende de totstandkoming en presentaties van zijn adviezen. Om ‘buiten’ naar ‘binnen’ te halen nodigt de raad tijdens zijn maandelijkse vergadering gastsprekers uit om van gedachten te wisselen over actuele (advies)onderwerpen, vergadert de raad regelmatig op locatie en gaat op werkbezoek. Deze open houding en werkwijze van de raad stimuleren de dialoog met beleidsmakers en maatschappelijke organisaties en draagt bij aan de dynamiek in agendering en prioritering van adviesonderwerpen.
Centrale rol voor de raad zelf
De plenaire raad en zijn maandelijkse vergaderingen vormen het hart van
het raadswerk. Daarin wordt het werkprogramma besproken, worden de lijnen
voor de te ontwikkelen adviezen uitgezet, de adviesvoorbereidingen besproken
en de conceptadviezen bediscussieerd en vastgesteld.
De raad kent geen vaste commissies, onderraden of dagelijks bestuur. De
raad speelt zelf een centrale rol bij de adviesvoorbereiding. Voor ieder
adviesonderwerp stelt de raad een voorbereidingsgroep samen, aangevuld
met een of meer externe deskundigen. Deze groep - ondersteund door één
of twee medewerkers van het secretariaat - bereidt de totstandkoming van
het advies voor.
Streven naar algehele overeenstemming
De raad streeft in beginsel naar algehele overeenstemming over de uit
te brengen adviezen. Slechts in het uiterste geval zal hij gebruik maken
van hoofdelijke stemmingen of het opnemen van minderheidsstandpunten,
ook al worden die mogelijkheden in de Kaderwet geboden. Mede met het oog
op dit streven - en daarmee het belang van een volledig open en onbelaste
discussie tussen de leden van de raad - hebben de vergaderingen een besloten
karakter. Het uiteindelijke resultaat van het raadswerk is volledig openbaar
en de adviezen worden breed verspreid.
Voorbereiding van adviezen
De raad past bij de totstandkoming van het advies verschillende vormen
van externe oriëntatie toe, afhankelijk van het adviesonderwerp.
Het instellen van een werkgroep is een vorm die regelmatig wordt gehanteerd.
Andere vormen die de raad hanteert om inzichten, standpunten en informatie
te vergaren zijn: interviews, werkbezoek, workshops, discussiebijeenkomsten,
expert-meetings, rondetafelgesprekken, literatuurstudie, uitbesteding
van onderzoek, etc. Het bureau van de raad vervult een belangrijke rol
bij het organiseren en coördineren van deze activiteiten en bij het
inpassen en integreren van de uitkomsten in het advies. Welke vorm ook
wordt gekozen, voor elk adviesonderwerp is een aangewezen raadslid eerstverantwoordelijk
voor de voorbereiding. Dit raadslid zal uit dien hoofde voorzitter zijn
van de (eventuele) werkgroep, de raad op de hoogte houden van de lopende
voorbereidingen en waar nodig bespreekpunten in de raad aan de orde stellen
Hoewel de plenaire raad een centrale rol heeft in het raadswerk, worden de adviezen zeker niet alleen en in isolatie voorbereid. Behalve dat de raad een eigen bureau heeft, dat op aanwijzing van de raad onder meer informatie vergaart en selecteert, contacten legt en onderhoudt en notities opstelt, maakt de raad ook gebruik van aanvullende deskundigen bij het voorbereiden van adviezen.
Het instellen van een werkgroep ad hoc is een vorm die daarbij regelmatig wordt gehanteerd. Een dergelijke werkgroep kan op basis van een door de raad vastgestelde 'startnotitie' een advies inhoudelijk voorbereiden. Daaraan nemen zowel enige raadsleden alsook een kleiner of groter aantal deskundigen van buiten de raad deel. Het resultaat van die voorbereiding, die plaatsvindt onder regelmatige terugkoppeling met de raad, wordt uiteindelijk in de vorm van een conceptadvies aan de raad voorgelegd. De werkgroep neemt noch heeft de verantwoordelijkheid voor het uiteindelijke advies, want die valt aan de raad toe bij de vaststelling ervan. Daarom kan de raad ook afwijken van het voorbereide conceptadvies, hoewel dat na een regelmatige kortsluiting tussen raad en werkgroep gedurende de voorbereiding in de praktijk slechts beperkt voorkomt
Een voorbereidingsgroep kan ook alleen uit enkele raadsleden bestaan. In een dergelijke situatie past de raad andere vormen van externe oriëntatie toe. Naast literatuurstudie en de intensieve discussie in dat kleine verband, vergaart de raad informatie, inzichten en standpunten van buiten via een reeks gesprekken, een workshop, een klein uitbesteed onderzoek, etc. Het bureau van de raad vervult een belangrijke rol bij het organiseren/coördineren van deze activiteiten en bij het inpassen en integreren van de uitkomsten in het advies.
Een aangewezen trekker voor elk advies
Welke vorm ook wordt gekozen, voor elk adviesonderwerp is een aangewezen raadslid eerstverantwoordelijk voor de voorbereiding. Dit raadslid zal uit dien hoofde voorzitter zijn van de (eventuele) werkgroep, de raad op de hoogte houden van de lopende voorbereidingen en waar nodig bespreekpunten in de raad aan de orde stellen.
Vaststelling en publicatie van de adviezen
Gedurende de voorbereiding van een advies stelt de voorbereidingsgroep regelmatig de voortgang in de plenaire raadsvergaderingen aan de orde. Door middel van deze 'tussenrapportages' wordt de raad in een vroeg stadium geconfronteerd met keuzen en vragen die in het kader van de voorbereiding opkomen en kan hij tijdig richting geven aan deze voorbereiding en daarmee het advies zelf. De voorbereidingsgroep sluit zijn werkzaamheden af met het opstellen en aan de raad voorleggen van een definitief conceptadvies. De raad stelt dat concept vervolgens - al dan niet met wijzigingen - als raadsadvies vast.
Daarna wordt het adviestekst door het secretariaat - conform de raadsbehandeling - bijgesteld en redactioneel afgewerkt, waar nodig in overleg met de voorzitter van de voorbereidingsgroep. De raad mandateert de voorzitter en de secretaris van de raad voor deze afhandeling.
Naar boven
|