|
|
Dynamiek
De raad wil zijn rol een betekenisvolle rol laten zijn en streeft naar een brede doorwerking van zijn adviezen zowel binnen het ministerie van LNV, als daarbuiten en naar een rechtstreekse advisering aan de Tweede Kamer. Ook in 2008 is er ruimte voor de provincies voor het vragen van advies aan de raad. Dit hangt samen met de verschuivende verantwoordelijkheden door de invoering van de Wet Inrichting Landelijk Gebied. Het werkprogramma heeft een dynamisch karakter. Tussentijdse adviesvragen, impulsen uit de werkgroep ‘strategisch agenderen’, discussiebijeenkomsten, werkgroepbijeenkomsten en werkbezoeken hebben invloed op de prioritering en scope van adviezen. De raad brengt naast gevraagd advies ook ongevraagd advies uit. Dit betreft vaak een kort signalerend advies dat inspeelt op de actualiteit. De raad reserveert hiervoor expliciet ruimte in zijn werkprogramma.
Uitgangspunt
De raad heeft een aantal uitgangspunten geformuleerd om tot het werkprogramma de komen. Kernbegrippen zijn politieke relevantie van de vraag en van het advies (scherpte), selectiviteit in de keuze van onderwerpen, het adresseren van dilemma’s, concreet zijn en helder willen communiceren zowel bij de totstandkoming van het advies als bij de presentatie van de adviezen. De raad wil vooral geen dubbel werk doen, niet met wat het departement zelf kan en evenmin met wat andere instellingen (onderzoek, planbureaus) beter kunnen. De raad wil ook de vraag achter de vraag adresseren en ingaan op de machtsaspecten die in en rond het landelijk gebied spelen. Op grond van deze uitgangspunten hanteert de raad de volgende criteria voor de keuze van onderwerpen:
• evenwichtige verdeling over de labels van het ministerie van LNV (groen ondernemen, veilig voedsel, vertrouwd platteland en vitale natuur);
• diversiteit in herkomst van de adviesvragen (LNV, andere departementen, provincies,Tweede Kamer en de raad zelf);
• balans in vraagstukken gericht op de actualiteit en in strategisch gerichte vraagstukken op de lange termijn;
• diversiteit in type advies (agenderend, conceptueel, instrumenteel, politiek strategisch);
• diversiteit in presentatie (briefadvies, debat, adviesrapport, artikelen, foto’s en doorwerking via de netwerken van de raadsleden);
• waar nodig (integraliteit) samenwerken met andere adviesraden.
Elk jaar stelt de minister van LNV in samenspraak met de raad het werkprogramma vast en biedt het programma in het najaar aan de Tweede Kamer aan.
Naar boven
|