NieuwsbriefZoeken
De RaadActueelAdviezen en publicatiesAdviezen in voorbereidingPersLinks  
AdviezenJaarverslagDiverse publicatiesLezingenBestellen  

Kansen voor een krimpend platteland

Advies over de gevolgen van bevolkingsdaling voor het platteland

Logo RLGReageer op dit advies

inhoudsopgave


reactie ministerie


reacties


persbericht


bestel advies


download advies


adviezen 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4. Het standpunt van de Raad voor het Landelijk Gebied

Anticiperend en aanvullend op het Actieplan Bevolkingsdaling, waarbij ook het ministerie van LNV actief betrokken is, kijkt de RLG in dit advies vooral naar de gevolgen van de demografische omslag (krimp, vergrijzing, ontgroening) voor het (dunbevolkte) landelijk gebied. Structurele bevolkingsdaling (en daling van het aantal huishoudens), in samenhang
met een sterk veranderende bevolkingssamenstelling, zal ingrijpende gevolgen hebben voor het platteland. Daarom moet volgens de raad een nieuw economisch, ruimtelijk en sociaal perspectief voor het platteland ontworpen worden, waarin de demografische opgave is geïncorporeerd.
Dat betekent dat er niet zozeer behoefte is aan zoiets als een krimpbeleid, maar aan een totaalbeleid gericht op de vitaliteit en kwaliteit van het platteland, waarin we de effecten van de demografische verandering inbouwen en benutten. Daarvoor is een lange termijnagenda nodig, gebaseerd op een samenhangende aanpak en intensieve samenwerking tussen de overheden en maatschappelijke partijen. De rijksaanpak, inclusief het beleid van het ministerie van LNV, zal maatwerk moeten zijn om aan te sluiten bij de specifieke problemen in de verschillende regio’s. Mede vanwege de regionale verschillen ligt er een primaire opgave voor de (samenwerkende) gemeenten om regie te nemen over deze opgave. De gemeenteraadsverkiezingen 2010 bieden daarvoor een nieuwe aanleiding.

In het totaal-beleid zal ook het internationale perspectief betrokken moeten worden. We citeren de Duitse bondspresident Horst Köhler, voorzitter van het Forum Demografischer Wandel: “Ohne Berücksichtigung der demographischen Entwicklung ist künftig kein Staat mehr zu machen. Wer heutzutage noch plant, ohne die entsprechenden Prognosen heranzuziehen, handelt unverantwortlich.“

De raad ziet de volgende opgaven voor het platteland:

1. Bewustwording en anticipatie

Krimp heeft een negatieve bijklank. Dat leidt gemakkelijk tot ontkenning bij bestuurders. Die houding is echter niet houdbaar. Plattelandsgemeenten moeten de demografische omslag (tijdig) onderkennen. Vervolgens moet de visie op de toekomst daarop herijkt worden en het beleid daarop aangepast. Het is zaak om in een totaal-aanpak ook de kansen van demografische krimp voor een duurzamer platteland definiëren. Minder mensen kán betekenen dat er minder ruimte nodig is voor rode functies, mobiliteit, milieu etc. Omdat daarbij ook altijd andere factoren meespelen (bijvoorbeeld ons consumptiegedrag) zijn dergelijke kansen pas te benutten als de overheid en maatschappelijke partners daarop actief sturen.

2. De transformatieopgave

Het aanbod (van o.a. woningen en voorzieningen) moet aangepast worden aan het verminderend aantal burgers en de verschuiving in leeftijdscategorieën (ontgroening en vergrijzing). Er is sprake van een kwalitatieve productieopgave (aanpassing van het aanbod) naast een kwantitatieve reductieopgave (verminderen van het aanbod). Dat aanpassingsproces kent een lange looptijd omdat bevolkingsdaling structureel is. Het beleid zal zich dus steeds moeten aanpassen aan de dalende bevolkingscijfers. De (publieke) financieringssystemen zijn daar nog nauwelijks op ingericht. De transformatieopgave is bovendien lastiger naarmate de krimp sneller gaat of als we te laat op de krimp reageren.

3. Het verdelingsvraagstuk

In de komende decennia kennen we krimpende
en groeiende regio’s naast elkaar. Het is niet voldoende om naast (bestaand) groeibeleid voor groeiregio’s, krimpbeleid te ontwerpen voor krimpregio’s. Het is zaak om het (rijks-)instrumentarium zodanig in te richten dat hiermee zowel op situaties van bevolkingsgroei als - daling kan worden ingespeeld en dat groei- en krimpbeleid zodanig aan elkaar gekoppeld is, dat een geïntegreerde aanpak van groei en krimpopgaven mogelijk is. De instrumenten moeten groei- en dalingsbestendig zijn. We constateren nu bijvoorbeeld dat het ministerie van VROM nog sterk op groei stuurt, terwijl het ministerie van WWI nadrukkelijk aandacht vraagt voor de krimp.

4. De samenwerkingsopgave

Krimp vraagt om meer regie dan groei. Omdat de markt die opgave minder oppakt is een krachtige overheidsrol nodig. Als het aantal inwoners daalt, daalt het draagvlak voor voorzieningen. Voorzieningen zijn alleen in stand te houden als ze op een hoger schaalniveau georganiseerd worden. Krimp vraagt dus om herschikking van schaalniveaus en vraagt mede daarom om een bovenlokale aanpak. Daarbij is essentieel dat de burger betrokken wordt bij en aangesproken wordt op het inspelen op de demografische omslag.

Vanuit deze vier opgaven formuleert de raad een aantal aanbevelingen.

Naar boven