|
|
3. Kabinetsstandpunt
In maart 2008 verscheen het advies ‘Bevolkingsdaling. Gevolgen voor
bestuur en financiën’ van ROB/RFV (maart 2008). In het Kabinetsstandpunt
naar aanleiding van dit advies (juni 2009) onderkent het Kabinet
de urgentie van het vraagstuk en kondigt aan eind 2009 te komen met
een ‘Interbestuurlijk actieplan bevolkingsdaling biedt nieuwe kansen’.
Dit actieplan richt zich volgens het Kabinetsstandpunt primair op die
gemeenten en regio’s waar de substantiële bevolkingsafname bij ongewijzigd
beleid tot onvermijdbare problemen leidt dan wel gemeenten waar
substantiële krimp, afgaande op de CBS-prognoses, de komende jaren
manifest wordt. Tegelijkertijd worden de consequenties van een en ander
voor het Rijk, de provincies en de overige gemeenten ook in ogenschouw
genomen.
Vanuit de invalshoek van het landelijk gebied bevat het Kabinetsstandpunt
enkele specifieke punten:
• Substantiële krimp heeft consequenties voor tal van beleidsterreinen,
variërend van woningmarkt (zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin),
onderwijs, zorg, arbeidsmarkt, tot behoud van leefbaarheid en
instandhouding van het voorzieningenniveau.
• De dominantie van het groeidenken vormt een belemmering voor het
vermogen om op een goede en positieve manier met bevolkingskrimp
om te gaan.
• Bevolkingsdaling moet niet uitsluitend als een complex probleem
worden gepercipieerd, maar ook en vooral als een fenomeen dat tal
van nieuwe kansen biedt, niet alleen op het vlak van leefomgeving
en ecologie, maar ook op het gebied van bestuur en financiën. Het
kabinet wil nadrukkelijk inzetten op die meer positieve benadering.
Bevolkingsdaling biedt bijvoorbeeld ook kansen voor ruimte intensieve
productieprocessen die met name in de Randstad tegen hun grenzen
aanlopen (zoals glastuinbouw), voor instandhouding van de (schaarse)
open ruimte en van de vaak wankele ecologische evenwichten en
voor een beter leefmilieu voor de huidige en toekomstige inwoners
van Nederland.
• Volgens het Kabinetsstandpunt is van belang dat Rijk, provincies en
gemeenten een visie ontwikkelen op bevolkingsdaling en de gevolgen
voor het publieke voorzieningenniveau, voor ruimtelijke ontwikkeling,
voor het onderwijs, voor de ontwikkeling van de beroepsbevolking,
voor de woningmarkt, voor ecologie en leefmilieu, voor de gemeentelijke
bestuurskracht en voor de financiële verhouding op de langere
termijn.
Naar boven
|