NieuwsbriefZoeken
De RaadActueelAdviezen en publicatiesAdviezen in voorbereidingPersLinks  
AdviezenJaarverslagDiverse publicatiesLezingenBestellen  

Koraalriffen in Nederland

Advies over de ondersteuning van het natuurbeleid op de BES-eilanden

Logo RLGReageer op dit advies

inhoudsopgave


reactie ministerie


taskforce biodiversiteit


reacties


persbericht


bestel advies


download advies


adviezen 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Samenvatting


Met de toetreding van Bonaire, St Eustatius en Saba (de BES-eilanden) tot Nederland wordt de politieke verantwoordelijkheid van het kabinet ten aanzien van natuur veel groter. In oppervlakte zal de natuur in geringe mate toenemen maar de toename in kwaliteit is spectaculair. De Caribische koraalriffen en nevelwouden verschijnen naast duinen, heide en de akkerranden als belangrijk landschap van Nederland.

Bestuurlijk ligt een grote verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid bij het plaatselijk bestuur op de eilanden ('eilandelijke overheid') maar de eindverantwoordelijkheid voor het resultaat van het gevoerde beleid ligt bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De verantwoordelijkheid voor het proces om tot nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk te komen, ligt bij de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties. Met dit advies, uitgebracht op eigen initiatief, wil de raad suggesties aanreiken om de toenemende verantwoordelijkheden voor zowel de minister van Natuur als de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties politiek waar te maken.

Aanbevelingen voor de korte termijn


Voor de korte termijn zijn ambtelijke bestuursondersteuning, financiële middelen en kennis nodig om via overleg, stimulering, voorlichting en regelgeving het lokale natuurbeleid verder inhoud te geven. De inzet vanuit de rijksoverheid dient uiteraard vorm te krijgen in samenspraak met het plaatselijk bestuur. Intensieve politieke contacten in 2009 met het plaatselijk bestuur zijn dan ook nodig om de nieuwe relaties duurzaam vorm te gaan geven.

De raad meent dat op de eilanden bij elkaar minimaal vijf formatieplaatsen nodig zijn, evenals een ophoging van het huidig beschikbare budget. Bij hoge ambities van het plaatselijk bestuur en ambtelijk apparaat is meer capaciteit nodig. Voor het bepalen van de ambities is overleg tussen minister en het plaatselijk bestuur noodzakelijk.

Aanbevelingen voor de langere termijn


Voor de langere termijn adviseert de raad samenwerking tussen de vier entiteiten van het Koninkrijk (Nederland, Curacao, St. Maarten en Aruba), bijvoorbeeld in de vorm van een overeenkomst op het gebied van natuur en biodiversiteit. Een dergelijke samenwerking biedt mogelijkheden om de huidige verworvenheden van het natuurbeleid in het Caribisch gebied te blijven benutten.

Tevens adviseert de raad adviseert een tijdelijke taskforce BES-Natuur in te stellen om het natuurbeleid op de BES-eilanden, het overige Nederlandse natuurbeleid en het Europese natuurbeleid op elkaar te laten aansluiten. De bestaande instrumenten voor de uitvoering en financiering van het natuurbeleid zoals het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG), de regeling Ontwikkeling en Beheer van Natuurkwaliteit (OBN) en het Programma Beheer dienen zich ook uit te gaan strekken tot de BES-eilanden. Dit vergt een inpassing die vanwege zorgvuldigheidseisen pas op de wat langere termijn kan plaatsvinden.

De raad adviseert in 2009 de systematiek van het natuurbeleid op de BES-eilanden te vergelijken met de systematiek in het Europese deel van Nederland om de mogelijkheden voor maximale inpassing van het BES-natuurbeleid in het bestaande Nederlandse en Europese instrumentarium te verkennen. In overleg met de eilandbesturen kan een 'special' van de Natuurbalans door het onafhankelijk Planbureau van de Leefomgeving in deze analyse voorzien. De in te stellen taskforce kan benodigde aanpassingen voorbereiden. Een dergelijke 'special' van de Natuurbalans kan, door de uitgangssituatie van de bestaande natuur te beschrijven, ook een rol vervullen bij de voorgenomen evaluatie van de Wet openbare lichamen BES, vijf jaar na toetreding tot het Nederlands staatsbestel.

Inhoud advies
1. Inleiding

Naar boven