NieuwsbriefZoeken
De RaadActueelAdviezen en publicatiesAdviezen in voorbereidingPersLinks  
AdviezenJaarverslagDiverse publicatiesLezingenBestellen  

Koraalriffen in Nederland

Advies over de ondersteuning van het natuurbeleid op de BES-eilanden

Logo RLGReageer op dit advies

inhoudsopgave


reactie ministerie


taskforce biodiversiteit


reacties


persbericht


bestel advies


download advies


adviezen 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3. Verantwoordelijkheden waarmaken...

3.1.... voor 2010...

Afstemming van capaciteit op opgaven natuurbeleid

De huidige ambtelijk normatieve en de budgettaire capaciteit voor natuur en biodiversiteit op de Nederlandse Antillen zal worden toebedeeld aan Curaçao, St. Maarten en de BES-eilanden. Voor de BES-eilanden zou de capaciteit voor natuur daarbij naar schatting op 1,5 fte en € 300.000 uitkomen. De opsplitsing van deze capaciteit leidt tot te kleine werkeenheden per gebiedsdeel waaronder de BES-eilanden.

De ambtelijke capaciteit op de BES-eilanden dient afgestemd te worden op de opgave voor het lokale natuurbeleid. Deze capaciteit kan niet aan de hand van bijvoorbeeld een benchmark met gemeenten in Nederland plaatsvinden omdat, in tegenstelling tot de bijzondere gemeenten, de reguliere gemeenten van provincies en van elkaar vele vormen van ondersteuning krijgen. De raad hanteert een aantal uitgangspunten om tot een schatting van de benodigde capaciteit te komen (naar Berenschot):
1 .intensiteit van de vraagstukken;
2. complexiteit van de vraagstukken;
3. beleidsmatige grotere belasting door het uitvoeren van provincie-achtige taken;
4. ambities van bestuur en ambtelijk apparaat;
5. zuinigheid van bestuur en ambtelijk apparaat;
6. minimale capaciteit om in eilandsituaties te kunnen functioneren.

Op grond hiervan concludeert de raad dat:
1. op elk eiland ambtelijke bestuursondersteuning aanwezig moet zijn;
2. voor de eilanden als geheel capaciteit beschikbaar moet zijn om de ambtelijke bestuursondersteuning te voeden met kennis;
3. voor de eilanden als geheel capaciteit beschikbaar moet zijn om de eilanden te vertegenwoordigen in nationale, regionale en internationale gremia.

De raad meent dat op de eilanden bij elkaar minimaal vijf formatieplaatsen nodig zijn. Bij hoge ambities van bestuur en ambtelijk apparaat is meer capaciteit nodig. Voor het bepalen van de ambities is overleg tussen minister en het plaatselijk bestuur noodzakelijk.

Voor de budgettaire capaciteit hanteert de raad vergelijkbare uitgangspunten. Ook hier spelen de minimale vereisten volgend uit de bestaande (inter)nationale verantwoordelijkheden en verplichtingen, alsmede de ambities van het plaatselijk bestuur en ook van plaatselijke maatschappelijke organisaties een belangrijke rol. Nu reguliere instrumenten van het natuurbeleid zoals Programma Beheer in eerste instantie nog niet ingezet kunnen worden, dient op basis van de geformuleerde ambities de omvang van de benodigde middelen in overleg tussen rijksoverheid en eilanden bepaald te worden. Daarbij vormen ook private financiële bronnen en mogelijkheden van pps-constructies een belangrijke overweging voor de inzet van overheidsgeld. In de begroting van het ministerie van LNV is momenteel € 1,3 miljoen euro beschikbaar waarvan € 1 miljoen is gereserveerd voor dierenwelzijn. De raad acht ophoging van dit budget onontkoombaar.

Mogelijkheden voor onderzoek bieden


Onderzoek is wezenlijk voor een goed natuurbeleid, zowel voor bijvoorbeeld het formuleren van beleid, het voeren van beheer als voor effectbeoordelingen en toetsingen aan conventies, zoals Ramsar. Eventuele opsplitsing van de huidige onderzoeksfaciliteiten met name Carmabi over de eilanden zou tot (te) kleine eenheden leiden. Onderzoek vindt plaats bij onder meer Carmabi, Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) en enkele buitenlandse en Nederlandse partijen als Conservation International, universitaire instellingen, Birdlife International, Zoölogisch Museum Amsterdam (ZMA) en Naturalis. Optimale inzet van bestaande capaciteit is te bereiken door de BES-eilanden in staat te stellen onderzoek ‘in te kopen’ bij de bestaande onderzoeksinstituten.

Extra taken voor het ministerie


Het ministerie van LNV krijgt met de bijzondere gemeenten extra uitvoeringstaken. Zo zal de nationale inbreng in internationale fora zoals het Brusselse circuit, verbreed moeten worden met Caribische elementen. Ook zal de uitvoering van het SPAW-protocol van het Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caribisch gebied een inbreng vragen van de nationale overheid, al dan niet gedelegeerd naar de eilanden. Dit vergt formatie en extra inspanningen op het gebied van kennisuitwisseling en coördinatie tussen de vier entiteiten binnen het Koninkrijk (Nederland, Curacao, St. Maarten en Aruba).

Inspanningen zichtbaar houden


De raad acht een soepele, transparante en toetsbare overgang naar de nieuwe situatie urgent om te voorkomen dat de natuurbelangen van de ver buiten Den Haag liggende Bes-eilanden ongemerkt verdwijnen in allerlei politiek budgettaire afwegingen. De raad adviseert daarom de voorgenomen inspanningen voor de BES-eilanden expliciet in de begrotingen van de ministeries van BZK en LNV voor 2010 op te nemen.

Inhoud advies
3.2 ... en voor de langere termijn

Naar boven