![]() |
||
Koraalriffen in NederlandAdvies over de ondersteuning van het natuurbeleid op de BES-eilanden |
![]() |
|
|
inhoudsopgave
|
Inleiding
Bestuurlijk ligt een grote verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid bij het plaatselijk bestuur op de eilanden ('eilandelijke overheid') maar de eindverantwoordelijkheid voor het resultaat van het gevoerde beleid ligt bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De verantwoordelijkheid voor het proces om tot nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk te komen, ligt bij de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties. De gevoeligheid van de bestuurlijke verhoudingen tussen Nederland en de Antillen, die ook de komende jaren zal blijven bestaan, vormt een sterk motief om het plaatselijk bestuur in staat te stellen zijn verantwoordelijkheid waar te maken. Dat voorkomt de noodzaak tot een kritische dialoog of zelfs bestuurlijk ingrijpen vanuit de Nederlandse centrale overheid hetgeen de bestuurlijke relaties geen goed zou doen. De invulling van de nieuwe staatkundige verhoudingen is daarmee essentieel om problemen in de toekomst te vermijden. Met dit op eigen initiatief uitgebracht advies wil de raad suggesties aanreiken om de toenemende verantwoordelijkheden voor zowel de minister van Natuur als de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties politiek waar te maken. In de eerste plaats gaat het om creëren van mogelijkheden voor het plaatselijk bestuur om een goed natuurbeleid te kunnen voeren. Dat vraagt maatwerk omdat de huidige systematiek van het natuurbeleid, waarin een belangrijke verantwoordelijkheid bij provincies ligt, niet aansluit bij de unieke bestuurlijke situatie die ontstaat met de BES-eilanden als bijzondere gemeenten (openbaar lichaam) binnen Nederland. De rijksoverheid draagt in zijn relatie tot deze bijzondere gemeenten voor wat betreft het natuurbeleid meer verantwoordelijkheden dan ten opzichte van reguliere gemeenten. De rijksoverheid dient de eilandbesturen in staat te stellen de natuurwaarden goed te kunnen beheren vanuit hun verantwoordelijkheid voor het natuurlijk erfgoed en ook vanwege de economisch-toeristische betekenis van die natuur. In de tweede plaats zijn fundamenten nodig om het plaatselijk bestuur in staat te stellen in de toekomst het natuurbeleid verder te ontwikkelen. In beleidsvelden zoals onderwijs, volksgezondheid, sociale voorzieningen, veiligheid en milieu zijn stappen gezet om het welzijn van de bevolking te versterken. Ook voor de natuur ter plekke is versterking wenselijk. De raad meent dat het bestuurlijk uitgangspunt om het niveau van de voorzieningen in principe af te stemmen op het niveau van Curaçao teneinde in de regio geen grote verschillen te creëren, voor het beleidsveld natuur niet noodzakelijk en formeel ook niet handhaafbaar is. Bij de afspraken met andere landen waarin de eilanden en Nederland hun verantwoordelijkheden voor natuur hebben vastgelegd, wordt als niveau van de voorzieningen genomen hetgeen nódig is om de aanwezige natuur in stand te houden en te ontwikkelen, bijvoorbeeld bij het Biodiversiteitsverdrag en de Cartagena Conventie met het tweede Protocol betreffende speciaal beschermde gebieden en wilde dieren en planten (SPAW-protocol). Dat betekent dat het niveau van de voorzieningen voor natuur in andere gebieden niet als referentie kan dienen voor de vraag of voldoende inzet wordt gepleegd om de verantwoordelijkheden op de BES-eilanden waar te maken. De raad adviseert de minister en de staatssecretaris tijdens het proces van staatsrechtelijke hervorming de eilanden al direct een startpositie te verschaffen die het plaatselijk bestuur in staat stelt het lokale natuurbeleid op het stuk van formulering, naleving en handhaving adequaat in te passen en in de toekomst verder te ontwikkelen. Tevens zijn in de loop van de volgende jaren stappen nodig om de bestaande nationale beleidsinstrumenten waaronder subsidieregelingen en nationale evaluaties zoals de Natuurbalans van het onafhankelijk Planbureau van de Leefomgeving, beschikbaar te stellen aan de eilanden.
Inhoud advies
|
|