NieuwsbriefZoeken
De RaadActueelAdviezen en publicatiesAdviezen in voorbereidingPersLinks  
AdviezenJaarverslagDiverse publicatiesLezingenBestellen  

Koraalriffen in Nederland

Advies over de ondersteuning van het natuurbeleid op de BES-eilanden

Logo RLGReageer op dit advies

inhoudsopgave


reactie ministerie


taskforce biodiversiteit


reacties


persbericht


bestel advies


download advies


adviezen 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding


Met de toetreding van de BES-eilanden tot Nederland wordt de politieke verantwoordelijkheid van het kabinet ten aanzien van natuur veel groter. In oppervlakte zal de natuur in geringe mate toenemen maar de toename in kwaliteit is spectaculair. De Nederlandse biodiversiteit, tot nu toe ongeveer 40.000 soorten, zal met ongeveer 10.000 soorten toenemen waaronder 200 soorten die op wereldschaal uniek zijn voor de Nederlandse Antillen en meer dan 100 soorten die op de CITES lijst van bedreigde soorten staan. De Caribische koraalriffen en nevelwouden verschijnen naast duinen, heide en de akkerranden als belangrijk landschap van Nederland.

Bestuurlijk ligt een grote verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid bij het plaatselijk bestuur op de eilanden ('eilandelijke overheid') maar de eindverantwoordelijkheid voor het resultaat van het gevoerde beleid ligt bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De verantwoordelijkheid voor het proces om tot nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk te komen, ligt bij de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties.

De gevoeligheid van de bestuurlijke verhoudingen tussen Nederland en de Antillen, die ook de komende jaren zal blijven bestaan, vormt een sterk motief om het plaatselijk bestuur in staat te stellen zijn verantwoordelijkheid waar te maken. Dat voorkomt de noodzaak tot een kritische dialoog of zelfs bestuurlijk ingrijpen vanuit de Nederlandse centrale overheid hetgeen de bestuurlijke relaties geen goed zou doen. De invulling van de nieuwe staatkundige verhoudingen is daarmee essentieel om problemen in de toekomst te vermijden.

Met dit op eigen initiatief uitgebracht advies wil de raad suggesties aanreiken om de toenemende verantwoordelijkheden voor zowel de minister van Natuur als de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties politiek waar te maken.

In de eerste plaats gaat het om creëren van mogelijkheden voor het plaatselijk bestuur om een goed natuurbeleid te kunnen voeren. Dat vraagt maatwerk omdat de huidige systematiek van het natuurbeleid, waarin een belangrijke verantwoordelijkheid bij provincies ligt, niet aansluit bij de unieke bestuurlijke situatie die ontstaat met de BES-eilanden als bijzondere gemeenten (openbaar lichaam) binnen Nederland. De rijksoverheid draagt in zijn relatie tot deze bijzondere gemeenten voor wat betreft het natuurbeleid meer verantwoordelijkheden dan ten opzichte van reguliere gemeenten. De rijksoverheid dient de eilandbesturen in staat te stellen de natuurwaarden goed te kunnen beheren vanuit hun verantwoordelijkheid voor het natuurlijk erfgoed en ook vanwege de economisch-toeristische betekenis van die natuur.

In de tweede plaats zijn fundamenten nodig om het plaatselijk bestuur in staat te stellen in de toekomst het natuurbeleid verder te ontwikkelen. In beleidsvelden zoals onderwijs, volksgezondheid, sociale voorzieningen, veiligheid en milieu zijn stappen gezet om het welzijn van de bevolking te versterken. Ook voor de natuur ter plekke is versterking wenselijk. De raad meent dat het bestuurlijk uitgangspunt om het niveau van de voorzieningen in principe af te stemmen op het niveau van Curaçao teneinde in de regio geen grote verschillen te creëren, voor het beleidsveld natuur niet noodzakelijk en formeel ook niet handhaafbaar is. Bij de afspraken met andere landen waarin de eilanden en Nederland hun verantwoordelijkheden voor natuur hebben vastgelegd, wordt als niveau van de voorzieningen genomen hetgeen nódig is om de aanwezige natuur in stand te houden en te ontwikkelen, bijvoorbeeld bij het Biodiversiteitsverdrag en de Cartagena Conventie met het tweede Protocol betreffende speciaal beschermde gebieden en wilde dieren en planten (SPAW-protocol). Dat betekent dat het niveau van de voorzieningen voor natuur in andere gebieden niet als referentie kan dienen voor de vraag of voldoende inzet wordt gepleegd om de verantwoordelijkheden op de BES-eilanden waar te maken.

De raad adviseert de minister en de staatssecretaris tijdens het proces van staatsrechtelijke hervorming de eilanden al direct een startpositie te verschaffen die het plaatselijk bestuur in staat stelt het lokale natuurbeleid op het stuk van formulering, naleving en handhaving adequaat in te passen en in de toekomst verder te ontwikkelen. Tevens zijn in de loop van de volgende jaren stappen nodig om de bestaande nationale beleidsinstrumenten waaronder subsidieregelingen en nationale evaluaties zoals de Natuurbalans van het onafhankelijk Planbureau van de Leefomgeving, beschikbaar te stellen aan de eilanden.

Ontwikkelingen in andere beleidsvelden

Op meerdere beleidsterreinen vindt intensivering plaats. Zo werd in 2008 besloten tot een pakket van beleidsactiviteiten van kracht op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid, sociale zaken, verkeer en waterstaat.
• Verbeteringen in het onderwijs hebben betrekking op huisvesting, personeel, onderwijsmaterialen en gebruikte methoden. Voor 2009 en 2010 is 8 miljoen euro extra beschikbaar.
• Op het gebied van Volksgezondheid en Jeugd komt onder meer een lange termijn zorg- en huisvestingsplan voor de gezondheidszorg. Voor de jaren 2009 en 2010 is 6 miljoen euro beschikbaar voor urgente problemen in de gezondheidszorg.
• Op ieder eiland komt een Centrum voor Jeugd en Gezin.
• Op het gebied van veiligheid worden de bestaande samenwerkingsrelaties met Nederlandse politie- en brandweerorganisaties voortgezet. Middelen komen beschikbaar voor nieuwbouw/verbetering van de politiehuisvesting op Saba. Voor andere verbeteringen wordt 6 miljoen beschikbaar gesteld.
• Er komt een regeling voor de bijstand (onderstand) die aansluit bij de systematiek van de regeling voor de bijstand in Nederland. Een in Nederland aanvaardbaar voorzieningniveau is uitgangspunt.
• Op het gebied van Verkeer en Waterstaat komt samenwerking in de ontwikkeling van de luchthavens van de drie eilanden. De meteorologische dienstverlening door de Meteorologische dienst Nederlandse Antillen en Aruba komt onder toezicht van het KNMI. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat organiseert onder meer het toezicht op veiligheid en milieu.
bron: Besluitenlijsten BES bestuurlijke overleg van 18 juni 2008 en van 20 november 2008

Inhoud advies
2. Meer verantwoordelijkheden

Naar boven