Reactie ministerie
Raad Landelijk Gebied
De heer prof. mr. P.C.E. van Wijmen
Postbus 30949, ipc 105
2500 GX Den Haag
Datum: 7 januari
Betreft: RLG advies 'Boeren met een Groen Hart'
Geachte heer Van Wijmen,
Ik heb verheugd kennis genomen van het door de Raad Landelijk Gebied uitgebrachte advies over de toekomst van de landbouw in het Groene Hart. Ik wil u en uw collega's van de Raad en de werkgroep 'Boeren met een Groen Hart' hartelijk bedanken voor dit advies.
Als minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maar ook als inwoner van het Groene Hart, voel ik mij zeer betrokken bij de agrarische sector in het Groene Hart. Uw advies en onderliggende rapportages ondersteunen mijn beeld van de landbouw in het Groene Hart. Het is een krachtige en innovatieve sector die met een grote variëteit aan praktische en duurzame toepassingen een belangrijke bijdrage levert aan het realiseren van maatschappeloijke opgaven. Ook ik zie voor de landbouw een blijvende plek in het Groene Hart.
De adviezen van de Raad zie ik als een ondersteuning van het door mij gevoerde beleid.
Ik zie allereerst de hervormingen van het Europese gemeenschappelijk landbouwbeleid als een belangrijk instrument om maatschappelijke diensten in maatschappelijk waardevolle gebieden als het Groene Hart te ondersteunen. De boeren in het Groene Hart krijgen hiermee niet alleen de kans, maar ook de beloning om maatschappelijk gewenste prestaties te realiseren, onder andere op het gebied van groenblauwe diensten.
Als het gaat om de ontwikkeling van maatschappelijke functies zoals water en natuurbeheer, doe ik ook nu al nadrukkelijk een beroep op de boeren. Het recent uitgebrachte manifest 'Natuurlijk lukt het' is hier een mooi voorbeeld van.
Ik ondersteun de maatschappelijke wens tot een transitie van het veenweidegebied en daarmee de transitie van de landbouw met een flinke financiële bijdrage aan het Nota Ruimte programma Westelijke Veenweiden.
Er is onder andere geld beschikbaar om bedrijven uit te plaatsen, waardoor boeren als ze dit wensen elders hun bedrijf kunnen voortzetten. Dit biedt blijvende boeren de kans om hun bedrijf uit te breiden met extra gronden. Door deze schaalvergroting is extensievere landbouw op de nattere percelen beter in te passen in de bedrijfsvoering.
Tevens stimuleer ik innovaties in de land- en tuinbouwsector doordat ik in 2010 ruim € 12 mln. beschikbaar stel voor een algemene innovatieregeling en voor een regeling ten behoeve van innovatieprojecten gericht op de nieuwe uitdagingen van klimaatverandering, waterbeheer, hernieuwbare energie en biodiversiteit.
Ik beoog, tezamen met de provincies als regisseur van het landelijk gebied, om de benodigde transitie van het gebied gebiedsgericht in te vullen. De invulling van deze transitie vereist immers maatwerk. Gebiedsgericht kunnen wij én de landbouw ontwikkelen, én waterbeheer verbeteren, én cultuurhistorie bewaren, én de natuur sneller versterken. We kunnen specifieke oplossingen creëren voor de verschillende gebieden als de Krimpenerwaard, Gouwe Wiericke, en Groot Wilnis-Vinkeveen. Juist vanuit de gebieden zelf en mét de boeren moeten de inrichtingsvoorstellen worden ontwikkeld die het Groene Hart duurzaam laten voortbestaan.
Uw advies bevestigt dat nogmaals in heldere bewoordingen.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwailteit,
Naar boven
|