Geef uw reactieNieuwsbriefZoeken
De RaadActueelAdviezen en publicatiesAdviezen in voorbereidingPersLinks  
AdviezenJaarverslagDiverse publicatiesLezingenBestellen  

De wintersterfte 2004-2005 van grote grazers
in de Oostvaardersplassen

Briefadvies van 14 juni 2005 van de Raad voor Dierenaangelegenheden en de Raad voor het Landelijk Gebied

Logo RLG 

advies


aanbiedingsbrief


reacties ministerie


advies icmo


download advies


adviezen 2005

 

Reconciling Nature and Human Interests

Advice of the International Committee on the Management of large herbivores in the Oostvaardersplassen (ICMO)


De Raad voor het Landelijk Gebied heeft in 2005 samen met de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) een advies aangeboden aan minister Veerman (LNV) over de wintersterfte 2004-2005 van edelherten, runderen en paarden in de Oostvaardersplassen. De raden bereikten onderling geen overeenstemming over het onderwerp 'geboortebeperking'. De RDA bepleitte onderzoek naar deze beheersmaatregel die kan bijdragen tot vermindering van het aantal dieren, de RLG wees deze beheersmaatregel principieel af als strijdig met de uitgangspunten van zo natuurlijk mogelijk beheer. De RDA bracht daarom een nieuw zelfstandig advies uit dat op meerdere onderdelen verschilde van het gezamenlijk advies. Bij de behandeling in de Tweede Kamer constateerde de minister dat de adviezen tegenstrijdig zijn en dat de Kamer sterk verdeeld is. De minister nam de suggestie van de Kamer over om een bindend advies te vragen aan internationale deskundigen. Dit advies 'Reconciling Nature and Human Interests, advice of the International Committee on the Management of large herbivores in the Oostvaardersplassen (ICMO)' onder leiding van drs. Dzsingisz Gabor is op 22 juni 2006 gepresenteerd aan minister Veerman. De aanbevelingen van de commissie sluiten aan bij het eerdere gezamenlijke advies van RLG en RDA. De minister neemt de aanbevelingen over.


Foto: Martijn de Jonge

Samenvatting van de aanbevelingen

1. ICMO adviseert om nog dit jaar (2006) een gedetailleerde beschrijving te maken van de doelstellingen voor de Oostvaardersplassen en deze te publiceren. Hierin moet specifiek worden ingegaan op de vogeldoelstellingen, waarbij de bandbreedte met maximale en minimale aantallen wordt aangegeven voor alle soorten en hun habitat, gerelateerd aan de Natura2000 doelstellingen voor dit gebied.

2. ICMO adviseert een reactief (populatie volgend) beheer (van grote grazers) te voeren. Deze vorm van beheer komt het meest tegemoet aan de behoefte om onnodig lijden te minimaliseren van zieke of gewonde dieren, of van dieren waarvan de conditie zodanig verzwakt is dat ze nauwelijks nog kans hebben te overleven. Aangezien deze situaties zich meestal voordoen tijdens de late winter (februari – medio april) adviseert ICMO dat gedurende die periode de gehele populatie van grote grazers dagelijks wordt gemonitored. Staatbosbeheer moet er naar streven om 90% van de dieren waarbij om welzijnsredenen afschot vereist is, te doden terwijl ze nog kunnen staan.

3. ICMO adviseert een afname van het aantal Heckrunderen, of zelfs het uitsterven van de populatie van Heckrunderen in de Oostvaardersplassen, ten gevolge van competitie om voedsel tussen Konikpaarden, Edelherten en Heckrunderen te accepteren als de uitkomst van een natuurlijke ontwikkeling.

4. Aanvullende maatregelen:
4.1. ICMO denkt dat het gebrek aan beschutting in de Oostvaardersplassen een welzijnsprobleem is voor alle drie de soorten en beveelt daarom aan de ontwikkeling van struikachtige vegetatie te bevorderen in permanent uitgerasterde delen aan de randen van het terrein. Deze ‘exclosures' kunnen dan dienen als ‘windscherm' voor de dieren.
4.2. Vanwege complexe ecologische en welzijnsgerelateerde vraagstukken (gerelateerd aan openen van de Hollandse Hout) stelt ICMO voor dat de directeur Staatsbosbeheer een diepgaande studie laat uitvoeren naar de effecten van het permanent openstellen van de Hollandse Hout voor alle drie de soorten. Totdat deze studie is afgerond zal de Hollandse Hout moeten worden gebruikt als foerageergebied en schuilplek tijdens strenge winters of andere ongunstige omstandigheden waarbij de dieren kunnen profiteren van extra foerageermogelijkheden of beschutting.
4.3. ICMO adviseert de Robuuste Verbinding van de Oostvaardersplassen naar het Horsterwold zo snel mogelijk te realiseren en open te stellen voor alle drie soorten.
4.4. ICMO adviseert niet over te gaan tot kunstmatige geboortebeperking of kunstmatig bijvoeren.

5. Monitoring en evaluatie:
5.1. ICMO adviseert het begrazingsbeheer jaarlijks te evalueren. Van alle dieren die worden afgeschoten of een natuurlijke dood sterven moet het tijdstip van sterfte, de conditie, en het ziektebeeld gedurende het gehele jaar worden geregistreerd. Jaarlijks moet een rapportage met deze gegevens openbaar worden gemaakt zodat het succes van dit beleid kan worden beoordeeld en het beleid inzichtelijk is voor publiek.
5.2. ICMO adviseert dat een verbeterd monitoringsprogramma voor de omgeving van de OVP wordt opgezet waarin van belangrijke vogelsoorten de aantallen, verspreiding en broedsucces worden geregistreerd alsmede de structuur en dynamiek van plantengemeenschappen, de verspreiding, voortplanting en conditie van grote grazers. Deze monitoring moet worden gecombineerd met een (model)analyse om de huidige processen te identificeren, toekomstige trends te kunnen voorspellen en de bandbreedte aan te kunnen geven waarbinnen ontwikkelingen mogen optreden.
5.3. ICMO adviseert na 5 jaar een uitgebreide review van het beheer in de Oostvaardersplassen uit te voeren op basis van nieuw verzamelde data en om op basis van nieuwe informatie alternatieven te evalueren.

6. ICMO adviseert een communicatiedeskundige in te schakelen bij het opstellen van een communicatieplan om het publiek te informeren over de beheersstrategie en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen.

7. ICMO adviseert dat Staatsbosbeheer wetenschappelijke begeleiding organiseert om de kernpunten van de onderzoeksmogelijkheden die zich voor doen in de OVP vast te stellen. ICMO adviseert voorts om bestaande modellen te actualiseren en uit te breiden om de consequenties van begrazing voor de omvang, verspreiding en kwaliteit van habitats van internationaal belangrijke vogelsoorten te kunnen beoordelen en daarmee het voorkomen van deze soorten.

8. ICMO adviseert de minister om de directeur Staatsbosbeheer persoonlijk verantwoordelijk te maken voor de implementatie van bovenstaande aanbevelingen. Hierbij zijn inbegrepen het definiëren van strategische doelen, het zorgen voor de benodigde middelen, het ontwikkelen van een formeel beheersplan en het publiceren van jaarlijkse rapportages over de gestelde doelen.

Lees het advies van de internationale commissie (ICMO) (PDF-bestand)
Lees het persbericht van het ministerie

Naar boven